Posts tonen met het label 101 dingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 101 dingen. Alle posts tonen

zondag 5 juni 2011

Grote Drentse Thema's

Ik houd niet zo van Nederlandstalige muziek. Meestal komt die nogal banaal op me over, met veel woorden van een lettergreep, zodat alles makkelijk in het rijmschema past, en ik heb eigenlijk gewoon liever mijn muziek in de taal van mijn literatuur (ik heb in het Engels leren lezen en ben daar nooit volledig overheen gekomen) dan in de taal van mijn contact met de slager. Maar dat wil niet zeggen dat ik niet te bekeren ben: al heel vroeg in onze relatie wist Michel mij enthousiast te krijgen voor Boudewijn de Groot en vriend B heeft door middel een subtiele campagne gepresteerd dat ik niet alleen als ik bij hem in de auto zat naar de muziek van Daniël Lohues wilde luisteren, maar ook 's ochtends vroeg alleen bij de bushalte. Ik moest er wel even aan wennen - het bezwaar is niet het dialect waarin hij zingt, want ik heb mijn vormende jaren in Limburg doorgebracht, zodat ik, hoewel ik zelf Algemeen niet-altijd-even-Beschaafd Nederlands spreek, vaak wel een heel eind kan komen als ik lokale taaluitingen wil verstaan. Het probleem was eerder de onderwerpkeuze. In eerste instantie dacht ik dat iemand die in plat Drents wil zingen dat doet omdat wat hij aan de orde wil stellen zich daar het beste voor leent, en liedjes over strobulten doen mij, vrees ik, niet zoveel. Ik ben meer van de GroteThema's, maar bij nadere beluistering bleek dat die ook allemaal in het oeuvre van Lohues voorbij komen: liefde, dood, religie en eenzaamheid, en dat het object van zijn liefde vervolgens met lijn vieftig weer naar huis gaat, ach, dat geeft die grote thema's ook wel iets eigens en intussen zitten er wel een paar hele prachtige nummers tussen.
Ik kon me dan ook geen beter verjaardagscadeau voor B voorstellen dan kaartjes voor het concert dat Daniël Lohues in Leiden zou verzorgen - en dan was het natuurlijk de bedoeling dat ik het tweede kaartje mocht gebruiken (want een goed cadeau is ook leuk voor de gever, tenslotte). Het was een optreden in het kader van de theatertour bij de CD 'Hout Moet' en hoewel ik geloof dat ik nog nooit een concert heb bijgewoond met minder sex, drugs en rock & roll, vond ik het van begin tot einde (en daarna nog dagen napret) prachtig. Lohues was ontzettend goed bij stem en praatte zijn liedjes op een ontspannen, licht grappige manier aan elkaar. Maar waar ik het allermeest van heb genoten was de man zelf: hij was volledig zichzelf - dat zijn weliswaar meer mensen, maar meestal hangt daar iets agressiefs overheen ('dit ben ik, en als het je niet zint, dan rot je maar op'), terwijl het bij Lohues eerder iets was als 'dit ben ik, en als het je niet zint, dan is het jammer, maar ik heb in elk geval mijn best gedaan'. En ik denk dat ik, als ik van een concert thuiskom en ik constateer dat ik de muziek ontroerend en de artiest ontwapenend heb gevonden, toch zal moeten toegeven dat ik fan ben. Maar dat doe ik in dit geval meer dan volgaarne.


dinsdag 24 mei 2011

Bloggen en de kunst van het antedateren

Het is zomervakantie. Ondanks het feit dat deze blog gedateerd is op 24 mei, moet ik bekennen dat het in werkelijkheid 9 juli is en dat de zomervakantie al een week bezig is. En zo'n vakantie is natuurlijk bij uitstek de gelegenheid om allerlei achterstallige klussen op te pakken, zoals het opruimen van diverse nestjes troep die ik heb aangericht in huis, sorteren van papieren en het bijwerken van mijn blog. En dat is hard nodig: toen ik in het 101 dingen-lijstje opnam dat ik een blog wilde beginnen, had ik voor mezelf eigenlijk maar een regel geformuleerd, en hoewel ik me er voor de duur van die regels (6 maanden) wel aan gehouden heb, is er daarna hard de klad in gekomen. Het enige wat ik moest doen was elke week 2 keer een bijdrage schrijven, en in het licht van het feit dat ik nogal wat meemaak, of in elk geval, genoeg meemaak om tot blog-waardige proporties op te blazen, leek me dat prima haalbaar. En dat was het dus ook, want de eerste 8 maanden lukte het me moeiteloos. Maar toen ging het mis: ik had in eerste instantie even wat minder tijd, iets wat ik kon opvangen door later te schrijven en dan gewoon te antedateren. Minder trouwe volgers zouden dan denken dat ik me wel aan mijn targets hield, leek me. Op 22 mei was ik helemaal bij, en ik had ook een volle agenda met dingen waar ik absoluut over zou kunnen schrijven, maar het kwam er even niet van. En 'even' werd een paar weken, en toen was 'even' ineens 8 weken, en nu heb ik een achterstand van 16 blogjes.
Toen ik met bloggen begon, had ik ook geen duidelijk idee over wanneer je nou eigenlijk precies een blog hebt. Ik ken nogal wat mensen die een blog met een duidelijk thema (zoals 'ik ga nu alle films uit de jaren '80 kijken die op een middelbare school spelen en daarover schrijven' of 'ik ga nu mijn volledige collectie nagellak dragen en ieder flesje apart recenseren') beginnen, daar ongeveer een week vol enthousiasme aan werken, en er dan weer mee stoppen, omdat het toch allemaal veel minder leuk was om te doen dan ze aanvankelijk dachten. Daar had ik niet zo'n last van, omdat mijn blog geen duidelijk thema heeft, tenzij 'wat doet een twijfelende dertiger die een impuls aan haar leven probeert te geven door allerlei malle en minder malle dingen te doen?' een blog-thema is, maar zelfs als dat zo is, is het in elk geval vaag genoeg om lekker voor me uit te schrijven. Het leek me wel dat een blog die je een week bijhoudt en dan laat doodgaan, geen blog is - en zo'n themablog is in theorie waarschijnlijk leuker dan in de praktijk, want ik houd erg van nagellak en nog meer van jaren '80 films die op een middelbare school spelen, maar om daar nou structureel over te gaan lezen gaat me echt te ver. Inmiddels ben ik eruit: je hebt een blog als je lezers hebt, en hoewel ik al maanden slechts 6 overigens zeergewaardeerde officiële volgers heb, blijken er nogal wat mensen te zijn die geïnteresseerd zijn in de zieleroerselen van deze twijfelende dertiger, want de afgelopen weken ben ik er meermalen uit verschillende hoeken op gewezen dat het toch echt weer eens tijd wordt om aan de slag te gaan. Gelukkig heb ik genoeg beleefd in die 8 weken waarin ik niet schreef, dus het lijkt me geen straf om dat nog even allemaal de revue te laten passeren. Watch this space derhalve!

zondag 22 mei 2011

Culinaire ambities

Voor iemand die in een restaurant met twee Michelin-sterren stage heeft gelopen, zijn mijn culinaire ambities verder eigenlijk best bescheiden. Ik heb een lijstje dingen die ik nog nooit heb gemaakt, en dat werk ik langzaam af. Terwijl ik dat doe, kom ik in mijn kookboeken natuurlijk wel weer nieuwe dingen tegen die ik ook nog nooit heb gemaakt, dus het lijstje wordt op zich niet korter, maar mijn skills ontwikkelen zich in elk geval wel. Ik vind het ook prachtig als de so-called 'jonge professionals' bij Topchef niet weten wat het verschil tussen een béarnaise en een hollandaise is - ik zit dan enorm zelfingenomen 'DRAGON, eikels' tegen de televisie te schreeuwen, en dat terwijl ik tot een aantal weken geleden geen van beide ooit zelf gemaakt had. Een deel van mijn culinaire to do-list had ik ook op het 101-dingenlijstje opgenomen: de curry heb ik eerder al gemaakt (en sindsdien kijk ik neer op potjes), en onlangs heb ik mij gericht op zelf mayonaise en ijs maken, omdat je dat als jezelf respecterende niet meer zo heel jonge semi-professional toch zeker een keer moet hebben gedaan.
De grondstoffen en materialen voor beide producten had ik in huis. Ik had aan het sponsordiner een gigantisch pak vloeibaar eigeel overgehouden (op zich smerig natuurlijk, maar nu toch wel heel handig), en ik heb een uitgebreide collectie olie en mosterd, dus voor de mayo was ik helemaal klaar. Na een kwartiertje enthousiast kloppen en druppelsgewijs olie toevoegen had ik een mooi bakje lichtgele emulsie, die net zo smaakte als wat we ooit in Frankrijk hebben gegeten, die keer dat mijn broertje om mayonaise vroeg en het tien minuten duurde voordat er een bakje op tafel stond. Ik heb me altijd afgevraagd of ze die toen zelf hebben gemaakt of even iemand naar de supermarkt hebben gestuurd, maar ik vind dat ik in elk geval mag concluderen dat mijn mayo authentiek smaakte.
Voor het ijs had ik ook eigeel nodig, en slagroom, en, in het licht van het feit dat ik aardbeienijs wilde maken, aardbeien, maar het belangrijkste was in dit geval natuurlijk de apparatuur. Ik bezit al jaren een ijsmachine, omdat ik, toen ik een keer een financiële meevaller had, zeker wist dat dat het apparaat was mijn levensgeluk volledig zou maken. Ik heb dan ook de mooiste uitgekozen, een roestvrijstalen Magimix Le Glacier 1.5, en hem keurig in de kast gezet bij alle andere apparaten die ik nooit gebruik - en daar heeft hij jarenlang gestaan, totdat ik dus besloot dat het tijd was om ijs te gaan draaien. Het ijs was heerlijk, smaakte meer naar aardbeien dan naar aardbeienijs, maar ik denk dat mon petit Glacier een beetje beledigd was omdat ik hem verwaarloosd heb, want ik had uiteindelijk de diepvries nodig om het ijs een beetje stijf te krijgen. Ik hoop maar dat we de komende maanden dichter tot elkaar kunnen komen, want ik heb grootse ijsplannen voor de zomer. En nog 140 hoorntjes...

dinsdag 10 mei 2011

Magical Mystery Tour

Ter gelegenheid van ons 12,5-jarig jubileum (dat is handig van niet trouwen, dan bereik je veel sneller officiële mijlpalen dan die mensen die na een paar jaar samen zijn in het huwelijk treden en daarmee de teller weer op 0 zetten) zijn Michel en ik drie dagen naar Liverpool geweest. We waren daar geen van beiden ooit geweest, wat in het geval van Michel raar is, want hij is een grote Beatles-fan en zijn ouders hebben hem een groot deel van Engeland wel laten zien, en in het mijne misschien nog wel raarder, want ik heb een Brits paspoort, maar zoals er Nederlanders zijn die Lelystad nog nooit hebben gezien (al is dat wellicht terecht), heb ik ook hiaten in mijn kennis van het thuisland. We hadden voor twee nachten gereserveerd in het prachtige, maar ook prijzige, Hard Day's Night Hotel, een Beatles-hotel, dat het voor elkaar kreeg om het thema op onirritante wijze vorm te geven, wat een prestatie mag heten. Het grote jubileum-diner was gepland in het enige sterrenrestaurant in de regio, maar twee weken voor de grote dag werd de chef getroffen door een niet nader te noemen ziekte, zodat we ons genoodzaakt zagen ons heil elders te zoeken - het werd het restaurant in het hotel, Blakes (en ja, dat past ook in het thema, hij heeft de hoes van Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band ontworpen), zodat we eigenlijk het hotel niet meer uit hoefden, zeker nadat ik de zeer stijlvolle cocktailbar aldaar, compleet met White Lady Madonna's en Rocky Raspberry Raccoons, had ontdekt.
Maar we zijn natuurlijk het hotel wel uit geweest. De eerste dag hebben we bijna geheel besteed aan winkelen, in het Liverpool One Shopping Center (Beatles-thematiek alom inderdaad); tot mijn eigen grote verbazing heb ik zo goed als niets gekocht, want ik kreeg de indruk dat de leading trends in Engeland op het moment zo ordinair en goedkoop mogelijk zijn, en dat past ook wel bij de dames die we hebben gezien - ik heb nog nooit zulke hoge hakken, zoveel gezichtsplamuur en dergelijk slecht aangebrachte hairextensions en nepnagels gezien als dit weekend. Zaterdag was Beatlesdag: we zijn op de Magical Mystery Tour geweest, een bustour langs zo'n beetje alle locaties in Liverpool die iets met de Beatles of hun liedjes te maken hebben. Zo zagen we het geboortehuis van Ringo Starr en George Harrison, het huis waar Paul McCartney woonde, het niet zo bescheiden stulpje waarin John Lennon is opgegroeid (Working Class Hero, mijn reet) en het knalrode hek bij Strawberry Field(s). Het mooiste vond ik Penny Lane, want de dingen die in het lied bezongen worden waren er nog: the barber shop en the shelter in the middle of the roundabout bijvoorbeeld. Na de tour zijn we nog naar de Beatles Story geweest, een interactieve tentoonstelling, met allerlei attributen die misschien van de Beatles zijn geweest, foto's, een nagebouwde Cavern (maar de 'echte' Cavern is ook nagebouwd, dus die in de Beatles Story is in zekere zin weer authentiek, of in elk geval net zo authentiek als de vermeend authentieke) en een levensgrote Yellow Submarine. Op de laatste dag bezochten we voor een stukje onvervalste high brow culture Tate Liverpool, alwaar een prachtige tentoonstelling over sculptuur te zien was. En toen moesten we alweer naar huis, maar niet dan nadat we Michel op John Lennon International Airport met het beeld van het icoon gefotografeerd hebben, want themareizen moet je natuurlijk in stijl afsluiten.

vrijdag 6 mei 2011

Het goede doel

Er zijn wat mij betreft weinig dingen leuker dan koken, maar misschien geldt dat wel voor koken met pubers: de soms tomeloze energie waar ik in de klas doorgaans eerder last dan plezier van heb is in de keuken een genoegen. Ik heb op school wel eens een cursus Thais koken gegeven, en het enthousiasme waarmee de kinderen voor hen onbekende ingrediënten en gerechten proeven, gecombineerd met de trots die ze overduidelijk voelen als er een maaltijd op tafel staat die zij zelf gemaakt hebben, is voor mij echt inspirerend. Op 28 april was er op school een activiteitendag, waarbij ouders workshops en een diner konden kopen ten bate van het Alpe d'HuZes-project. Het is namelijk de bedoeling dat onze leerlingen enorm veel geld binnenhalen voor het KWF door in twee teams een of meerdere keren de Alpe d'Huez met de fiets te beklimmen, maar om dat te kunnen doen is natuurlijk van tevoren ook geld nodig. En ik kan niet fietsen, althans, ik kon vroeger prima een keer per dag mezelf de berg van Maastricht naar Cadier en Keer opslepen, maar daar ligt hoe dan ook niet mijn kracht; vandaar dat het me een beter idee leek om (natuurlijk geheel vrijblijvend) de diensten van spooons at home aan te bieden, zodat ik, samen met een dreamteam van leerlingen en een collega, een diner van vier gangen voor in ongeveer 40 man heb bereid.
Op het menu stonden een salade van avocado, rode biet en chèvre, een soep van geroosterde pompoen, lamsbout met honing-tijmsaus, geserveerd met bloemkoolpuree en sperziebonen, en chocoladetaart met frambozensaus en vanille-ijs. Mijn onvermoeibare collega wiskunde, die haar hele ziel en zaligheid in het project heeft gestopt, had het samen met een tweetal dames uit de zesde klas het voor elkaar gekregen om zo goed als alle ingrediënten voor het diner helemaal gratis bij lokale winkels los te peuteren, zodat de totale opbrengst van het diner in de Alpe d'HuZes-pot konden. Ik had een keukenteam, een afwasteam en een bedieningsteam, die allemaal op een heel prettige manier met elkaar samenwerkten, en als een van de teams even leek in te zakken, wisten de andere teams wel hoe ze de energieniveaus weer konden opkrikken. Wat ik ook heel fijn vond, was dat ik het opmaken van de borden maar een keer voor hoefde te doen, en dan namen de keukenmensen het gelijk over, zodat ik me dan weer met andere dingen bezig kon houden. En na afloop bleef iedereen eigener beweging net zo lang helpen schoonmaken tot de keuken weer helemaal brandschoon was. Ik vond het echt een genoegen om zo met de leerlingen samen te werken - en dat ik door het diner een vinkje op mijn 101 dingen-lijstje kon zetten (ik wilde €100 voor het goede doel ophalen, en het diner heeft een ruime €1000 binnengebracht), was mooi meegenomen, maar nog niet eens het allerbelangrijkste.

dinsdag 3 mei 2011

Royal wedding

Iedereen die niet in een grot woont, en nu Osama Bin Laden in een villa bleek te wonen, is dat daadwerkelijk iedereen, weet dat er in Engeland een bruiloft op kosten van het volk is gevierd. Ik ben inmiddels zo oud dat ik zo iemand ben die zich de bruiloft van de ouders van de bruidegom kan herinneren - ik zat bij mijn opa en oma in de 'breakfast room' (dat soort kamers heb je ook alleen maar in Britse huizen, volgens mij) en heb genoten van de jurk van Lady Di, achteraf nogal ruim in de pofmouw, maar toen was het mijn droombruiloft. Ook de voltrekking van het eveneens op de klippen gelopen huwelijk van prince Andrew en Sarah Ferguson vond ik prachtig. Daarom was het ook buitengewoon onattent van de Windsors dat ze me niet even hebben gevraagd of deze trouwdatum mij convenieerde, want dat was niet het geval: ik had een verjaardag te vieren, en die datum stond al 33 jaar vast. Gelukkig is er YouTube en de Royal Wedding Memorial App die ik voor mijn iPad heb gedownload, zodat ik inmiddels het gevoel heb dat ik zelfs bij de meest intieme momenten aanwezig ben geweest, en dat op een moment dat mij schikt. Zo ben ik nu, net als zo'n beetje alle vrouwen ter wereld, verliefd op Prince Harry, en ik hoop dat hij, net als zo'n beetje alle mannen ter wereld, verliefd wordt op Pippa Middleton, de zus van de bruid, al is het alleen al omdat zij er zo mooi uitziet in een witte jurk dat ik dat nog wel een keer zou willen zien.
De Sunday Times, die ik in het kader van het 101 dingen-lijstje heb aangeschaft, bood gelukkig nog grote hoeveelheden extra informatie over het sprookjeshuwelijk, inclusief een analyse van de idiote hoed van princes Eugenie, die er uitzag als een soort vagijn. Mijn vader kocht vroeger elke zondag de Sunday Times, en toen zaten er ongeveer 15 bijlagen bij, in elk geval the Magazine, maar ook Culture, Books, Sport, dingen over geld, huizenprijzen, een hele bijlage met interessante nummerborden die je voor je auto kan kopen (William en Kate hadden bijvoorbeeld JU5T WED), maar alles wordt minder, en er is nu gewoon een International Edition, met maar 4 bijlagen. Gelukkig heb ik er toch een uur of 3 leesplezier aan gehad - ik weet nu niet alleen alles over the Royal Wedding, maar ook over het referendum over het kiesstelsel in Engeland, dat inderdaad aan herziening toe is. Zo'n krant is een mooie manier om de zondag te besteden; dat kan hier natuurlijk ook met de enorm dikke zaterdag-Volkskrant of -NRC, maar dan zit je toch oud nieuws te lezen. Eigenlijk zou ik nog een keer zo'n zondagskrant moeten kopen, op een moment dat er geen groot evenement is geweest om over te lezen, maar ik vond het nu wel heel prettig om de twee grootste manifestaties van Britishness die ik ken, de Sunday Times en het koningshuis (want het huis met de 'breakfast room' is jaren geleden verkocht), op deze manier te verenigen.

zondag 1 mei 2011

Het winnende lot

Een van de dingen op mijn 101 dingen-lijstje was het kopen van een Staatslot. Normaal doe ik doe niet mee aan loterijen; ik vergeet elk jaar een Oudejaarslot te kopen en ik weiger me te laten intimideren door de terreur die de Postcodeloterij mensen aandoet (ze proberen me bang te maken door me de mogelijkheid dat mijn buren winnen en ik niet in te wrijven, maar als dat gebeurt, zijn er volgens mij twee mogelijkheden: of zij verhuizen en er komen gezellige nieuwe sloebers in de straat wonen, of iedereen gaat zijn huis pimpen en wij wonen ineens in een luxe straat - dus ik hoef ook geen abonnement op een maandelijkse teleurstelling te kopen). Michel en ik kochten jarenlang elke zaterdag twee Krasloten, maar daar zijn we mee gestopt; een grote klapper viel bij ons eigenlijk nooit (waarbij ik groot definieer als meer dan €50), en elke keer met een stapeltje kleine winstjes naar de sigarenboer fietsen ging uiteindelijk toch vervelen.
Toen ik begreep dat de hoofdprijs in de Koninginnedagloterij was dat ik de rest van mijn leven elke maand €10000 op mijn rekening gestort zou krijgen, zag ik echter mogelijkheden. Sterker nog, ik heb dagen besteed aan het virtueel concretiseren van de mogelijkheden die ik zag: ik vroeg me af of ik zou stoppen met werken of toch iets naast het hangmatliggen zou willen doen, bracht structuur aan in mijn online en offline verlanglijstjes, besloot niet te verhuizen als ik won, maar een tweede woning in een andere stad aan te schaffen, en nam me plechtig voor toch in elk geval heel gewoon te blijven. Ik had het zo druk met plannen wat ik ging doen met de poet dat ik bijna vergat daadwerkelijk een lot aan te schaffen, maar op 29 april heb ik nog net op tijd mijn deelname aan de loterij tot een realiteit weten te maken. Ik leefde ook erg mee met al die mensen die voor niets een lot hadden gekocht, want ik wist zeker dat ik zou winnen. En ik heb ook een prijs gepakt, al kan ik daar niet alles mee doen wat ik had gehoopt - een eenmalig extra inkomen van €7,50 is niet echt iets om je toekomst op te bouwen. Maar ik weet al waar ik het aan ga uitgeven: drie krasloten. De hoofdprijs moet toch een keer vallen, tenslotte.

zaterdag 30 april 2011

Een middagje naar de film

Gedurende mijn jeugd was de afspraak dat degene die jarig was mocht bepalen wat er de hele dag zou gebeuren. Dat had tot gevolg dat ik, toen ik nog een redelijk normaal kind was, jarenlang mijn verjaardag in de Efteling heb gevierd, maar later, toen ik definitieve stappen in de richting van het totale nerdendom begon te zetten, moest het hele gezin gezellig mee naar het Evoluon in Eindhoven. Althans, ik vond het gezellig, maar het was dan ook mijn dag, en daar ging het om tenslotte. Ik vind mijn eigen verjaardag nog steeds een van de absolute hoogtepunten van het jaar, en ik kijk doorgaans meer uit naar de verjaardag van anderen dan de jarige Job of Jet zelf (en dan ben ik ook nog extra gedupeerd doordat Michel helemaal niets doet met zijn verjaardag). Vriend B. heeft onlangs de Christusleeftijd bereikt en wilde graag dat heuglijke feit vieren in LantarenVenster in Rotterdam - daar kan je namelijk heel prima eten, en er draaien ook nog allerlei prachtfilms, dus dat leek me een prima invulling van een verjaardag.
De eerste film die we hebben gezien was Somewhere, geregisseerd door Sofia Coppola. Nou is iedereen altijd enorm onder de indruk van haar oeuvre, maar ik heb me nu plechtig voorgenomen om nooit meer een film van haar te zien. Lost in Translation vond ik al gigantisch overschat, van Marie Antoinette kon ik het nut niet inzien (maar ik koester wel warme herinneringen aan de gebakjes), en Somewhere bleek zo'n oerend saaie film over helemaal niets dat ik van begin (toen de hoofdpersoon kansloos rondjes reed met zijn snelle wagen) tot einde (toen hij die auto in de steek liet) tegen de slaap heb moeten vechten. Je kan je afvragen of er überhaupt iemand zit te wachten op een film waarin verveling overtuigend in beeld gebracht wordt, maar als het kennelijk nodig is, moet het toch mogelijk zijn om dat zo te doen dat de toeschouwer niet door de extreme saaiheid van het gebodene vast boodschappenlijstjes voor het weekend gaat zitten maken. Gelukkig kwam alles goed bij de tweede film, De smaak van de ziel, een documentaire over Cees Helder, de net gepensioneerde chef van Parkheuvel, Erik van Loo, zijn opvolger, en Paul van Craenenbroeck, de man die de Michelinsterren in de Benelux mag distribueren. Helder beschreef op ontroerende wijze de kookdip waarin hij terecht kwam na zijn afscheid als chef (hij heeft maandenlang alleen maar braadworst en gehaktballen bereid), we volgden Van Loo die met zijn vleesleverancier over het teleurstellende lamsvlees moest overleggen (met ondertiteld Limburgs, dat ik gewoon kon verstaan) en Van Craenenbroeck vertelde over het vak van Michelin-inspecteur. Ik heb genoten: ik kreeg zin om de Michelin-gids van kaft tot kaft te lezen, om te koken, en vooral om te eten - gelukkig was Hotel New York op loopafstand, zodat de bioscoopverjaardag feestelijk afgerond kon worden.

zaterdag 9 april 2011

Instant Karma

Met al die drukte rond het starten van het thuisrestaurant en het reïntegratietraject op school is het andere grote project in mijn leven, het 101 dingen-lijstje, een beetje in de versukkeling geraakt. Gelukkig heb ik deze week weer eens ouderwets een vinkje kunnen zetten, want ik heb bloemen voor iemand gekocht. Dat klinkt misschien tamelijk eenvoudig, het enige wat je hoeft te doen om bloemen voor iemand te kopen is tenslotte je karkas naar de bloemist slepen, een leuk tuiltje samenstellen en de pinpas trekken, maar het is niet iets dat ik heel vaak doe. Dat komt deels doordat ik zelf behoorlijk slecht ben in bloemen en planten (ik houd niet zo van boeketten en ik kan zelfs een vetplant binnen vier weken om zeep helpen) en deels doordat ik het geven van bloemen iets bijzonders vind, zodat ik het alleen overweeg als er echt een bijzondere gelegenheid aan de orde is. Maar een dergelijke situatie deed zich deze week voor, omdat een goede vriend een belangrijke knoop heeft doorgehakt - echt iets om te markeren met een vrolijke bos tulpen, leek me. De bloemist vond mijn ADHD-achtige kleurenselectie niet heel masculien, maar ik heb hem gezegd dat een doorgewinterde retro-man heus niet gelijk al zijn testosteron verliest als er hier en daar een paars bloemetje te zien is, en toen was die discussie naar ons beider tevredenheid afgerond, behalve dan dat hij, kennelijk in het kader van het hetero-behoud, verder geen lintjes meer aan het plastic heeft geniet.
Zelf krijg ik overigens uiterst zelden bloemen. Mijn schoonouders nemen weleens een bos witte lelies voor me mee (als gothic-light vind ik dat de mooiste bloemen) en soms behaagt het de schoolleiding vele uren onbetaald overwerk te honoreren met een boeket op tankstation-niveau, maar verder hoef ik bijna nooit mijn overdreven uitgebreiden collectie vazen aan te spreken en dat vind ik op zich helemaal niet zo erg. Ik vond het wel een mooie demonstratie van het 'what goes around, comes around'-principe toen ik op de dag dat ik de tulpen gegeven had thuiskwam en een onduidelijk pakket op de mat trof: het bleek een speciale bloemenverzenddoos van de TNT. Een week of zes geleden hadden ze me een schitterende demonstratie van professionele incompetentie gegeven, en vooral uit gêne over het feit dat ze mijn formele klacht onbeantwoord hadden gelaten stuurden ze me nu ter compensatie een doosje met rozen. Op het briefje dat erbij zat stond in comic sans (het lettertype waarin ik het minst graag post ontvang, maar dat kan Tante Pos niet weten) 'We zijn er helaas niet in geslaagd om de service te verlenen die u van ons had mogen verwachten'. Ik was inmiddels de teleurstelling over hun falen al lang te boven, dus het was eigenlijk vooral een leuke verrassing, die rozenpost. Misschien moet ik toch maar vaker een bloemetje in huis halen.

zondag 20 maart 2011

Curriculum Vitae

In het kader van 101 dingen-lijstje heb ik onlangs mijn CV bijgewerkt. Mensen die meer verantwoordelijkheidsgevoel kennen dan ik en mensen die meer solliciteren dan ik houden hun CV's keurig bij, maar ik moet bij iedere sollicitatie als een bezetene verzinnen wat ik ook alweer wanneer gedaan heb, en dan vergeet ik natuurlijk van alles. Ik ben op het moment helemaal niet op zoek naar een nieuwe baan, maar toen ik het lijstje opstelde, maakte het updaten van mijn CV deel uit van een meesterplan: eerst dat doen en dan solliciteren als Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Hoewel ik helemaal niet in het huwelijk geloof, houd ik erg van bruiloften, en spreken in het openbaar is ook een liefhebberij van mij, zodat een dergelijke functie me wel een mooie baan voor mij leek. Inmiddels heeft deze droombaan in mijn hoofd plaats gemaakt voor die van personal chef in mijn thuisrestaurant, zodat ik me nu voor de lichtelijk sneue taak gesteld zie als een soort ouderwetse wachtgeldprofiteur even pro forma te solliciteren in de hoop afgewezen te worden - maar ja, ik krijg een vinkje als ik solliciteer, niet als ik aangenomen word, en wie weet levert het nog wat op ook, en dan kan ik pas echt een gat in de markt vullen: eerst mensen in de echt verbinden en dan een diner voor ze bereiden.
Het thema van de Boekenweek, die 10 dagen lang zijn sporen door de Nederlandse boekhandels trekt, is toevallig ook Curriculum Vitae. Het CPNB licht het thema toe, en zegt dat het gaat over 'mensen van vlees en bloed, mensen die we bewonderen of verafschuwen, kortom, mensen met een verhaal.' Ik houd erg van boeken over mensen van vlees en bloed, wat wel fijn is, want ik ken eigenlijk weinig literatuur waarin dit soort vreemde wezens niet voorkomt. In elk geval ging ik vol enthousiasme aan de slag met het boekenweekgeschenk, De Kraai van Kader Abdolah, van wie ik nog nooit een boek had gelezen, en dat terwijl hij, volgens de alomtegenwoordige boekenweekpropaganda 'full time schrijver [is] en hij de, bij een groot publiek geliefde, boeken als Het huis van de moskee en De boodschapper en De Koran op zijn naam [heeft] staan.' Nou dacht ik altijd dat de Koran iets ouder was, maar in dit geval gaat het dan ook (slechts) om een vertaling van de hand van Abdolah. Om het boekenweekgeschenk te verwerven en om me af te zetten tegen het huidige politieke klimaat heb ik die Koran-vertaling dan ook maar gelijk aangeschaft, maar ik ben natuurlijk begonnen met het lezen van De Kraai, want als je het boekenweekgeschenk niet tijdens de boekenweek leest heeft het weinig zin het te bezitten.
Ik vond het een typisch boekenweekgeschenk, in die zin dat ik het vermoeden heb dat de auteur dacht dat hij van alles wat hij kon in de kleine 100 pagina's die hem waren toebedeeld een demonstratie moest geven, zodat ik enerzijds de indruk had dat het verhaal veel te ambitieus was opgezet en anderzijds dat ik misschien beter een ander boek van Abdolah had kunnen lezen, omdat dit boek slecht een sample van 's mans vaardigheid biedt. Het is een boek over een schrijver, die uit Perzië via Turkije naar Nederland vlucht, in Amsterdam als koffiehandelaar werkt en veel Nederlandse literatuur leest (maar dan wel Nederlandse literatuur die volgens mijn leerlingen zwaar gedateerd is: Multatuli, Beets, Hermans en Gorter). Hoewel ik het verhaal best te doen vond, had ik wel wat moeite met de schrijfstijl: bijna iedere zin bestaat alleen maar uit een hoofdzin, soms door 'en' gekoppeld aan nog een hoofdzin - de voor de literaire voorbeelden van de hoofdpersoon zo tekenende complexe zinsstructuren zijn ver te zoeken. Ik kan alleen maar hopen dat dat een gevolg is van het literaire masker dat Abdolah zich heeft voorgezet, waardoor hij ervoor kiest om te schrijven als een immigrant die nog niet zo goed is in het Nederlands, maar ik vrees het ergste. Om te kijken of het aan de taalvaardigheid van de schrijver ligt, en niet aan die van de fictieve verteller, zal ik dus minstens nog een boek van zijn hand moeten lezen - en daarmee is de Stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse boek toch mooi in haar opzet geslaagd, lijkt me.

zaterdag 19 maart 2011

Nieuwe regels

Naar aanleiding van het '30 dagen niets kopen'-experiment leek het me verstandig om voor de toekomst even een paar regels vast te stellen. Dat ik de neiging heb om overal lijstjes voornemens aan te koppelen is mij sinds ik deze blog gestart ben pijnlijk duidelijk geworden, maar het is niet anders - als ik voor mezelf geen strakke kaders bepaal, kan ik net zo goed geen voornemens maken, want dan houd ik het precies zo lang vol als het duurt voordat de eerste verleiding zich aandient. Met betrekking tot kleding moet ik toch constateren dat ik een enorme, tot de nok gevulde kast heb, maar dat die constatering me er nooit van weerhoudt er elke keer nog even iets bij te kopen, omdat ik denk dat dat item mijn collectie pas echt compleet zal maken. Dat de uitgaven de pan uit rezen was helder (zeker sinds de financiële vrind mij inzicht in mijn uitgaven heeft gegeven - misschien iets te helder zelfs), dat het minder kan wist ik al, en dat het minder moet is het gevolg van mijn eigen lifestyle-keuze minder te gaan werken om het thuisrestaurant waar te maken.
In het kader van goed voornemen nummer 7 ('use it or lose it' toepassen op cosmetica en kleding) en nog nagenietend van het succes van het 30 dagen-project heb ik in geheel eigen stijl maar weer een aantal regels vastgesteld voor het al dan niet aanschaffen van kleding.
1. Ik mag niets kopen dat ik al heb. Dat klinkt als het platbombarderen van een wijdopen deur, maar dat is niet zo: ik heb de neiging om grote hoeveelheden bijna identieke kledingstukken aan te schaffen. Zo heb ik ongeveer 15 shirtjes met een ronde hals en korte, halflange of lange mouwen, 4 zwarte en een aantal kleuren (en dan doe ik nu even of grijs een kleur is). Ik blijf ze maar kopen, omdat het fijne shirtjes zijn en ze lekker zitten, maar het valt niemand op als ik een nieuwe heb, dus ik kan het net zo goed laten.
2. Ik mag alleen iets kopen als ik het nog niet heb. Dat betekent dus dat wat ik koop een aanvulling op de huidige verzameling kleding moet zijn, en geen uitbreiding. Zo heb ik vrijdag een beige wikkelbloes met stippen gekocht, en een smalle grijze broek, geen van beide dingen die ik in een andere kleur of vergelijkbaar model al bezit. Dat mag dus wel, maar het leek me dat ik voldoende rokken heb om met de stippen te combineren en ongeveer een miljard shirtjes die bij de broek passen, zodat ik de kandidaten voor die aanschaf allemaal keurig in het rek heb laten hangen.
3. Ik moet extreme terughoudendheid betrachten waar het gaat om de aanschaf van grijze of zwarte kleding. Sinds mijn 16de heb ik de neiging om zo veel mogelijk zwart te dragen, want het schijnt af te kleden (dat vraag ik me af overigens; volgens mij ben je gewoon een dikke in een zwarte jurk) en ik vind dat het mooi contrasteert mijn licht pipsige Engelse huid. Of dat nou waar is of niet: ik heb meer dan genoeg in deze kleuren, en ik hoef ook niet gelijk als een soort Oilily-bankstel rond te gaan lopen, maar dat gothic-light imago van mij is op zich wel aan een herziening toe en in het kader van het 101 dingen-lijstje heb ik ook het plan om een week lang helemaal geen grijze of zwarte kleding te dragen (iets waar ik me overigens al maanden mentaal op aan het voorbereiden ben).
4. Ik moet de kleren die ik al heb dragen. Mijn plan is om elke zondag 3 items uit mijn kast te selecteren die ik al een tijdje niet heb gedragen, en die in de week daarop weer eens het daglicht te laten zien. Ik heb speciaal hiervoor ook een officiële kledinghypothese geformuleerd: een kledingstuk dat je een jaar niet gedragen hebt, wordt vanzelf weer nieuw. Dat is overigens niet onbeperkt toepasbaar, ik heb collega's die de indruk wekken regelmatig kleding uit de jaren '80 nog een kans te geven, maar voor het merendeel van de dingen die ik in de kast heb hangen zou deze theorette toch zeker het toetsen waard moeten zijn.
Ik ben benieuwd hoe lang ik het volhoud - mijn goede voornemens lukken op het moment slechts ten dele, maar misschien is het wel zo dat ik van alles wat ik me voorneem een bepaald percentage daadwerkelijk uitvoer, wat zou moeten betekenen dat ik meer bereik naar gelang ik me meer voorneem. Dat zou mooi zijn, want ik vermoed dat ik mezelf in de nabije toekomst met nog meer rijtjes regels in het gareel zal trachten te krijgen...

zondag 6 maart 2011

Een kijkje in de keuken

Toen ik het 101 dingen-lijstje samenstelde, leek het me wel een mooi plan om een dagje mee te draaien in de keuken van een restaurant. Ik had hierbij een aantal mogelijkheden in mijn hoofd: bij een Leidse chef die we al een paar jaar volgen (hij wisselt nogal eens van restaurant namelijk), of in het restaurant van het zusje van Michel in Friesland. Mijn deelname aan Masterchef leverde me echter een gouden kans op, want toen we in december met onze vrolijke vrienden J&P bij Beluga aten, bood Hans van Wolde mij, tijdens zijn 'de chef gaat even langs alle tafels om iedereen persoonlijk te spreken'-rondje, de gelegenheid om 3 dagen in zijn keuken stage te komen lopen - en als de keuken van een restaurant met 2 Michelin-sterren tot de mogelijkheden behoort, dan geniet die natuurlijk de voorkeur, leek me.
Om een periode van drie dagen in mijn agenda te kunnen passen moest ik wel gebruik maken van een schoolvakantie. De voorjaarsvakantie leek me hiervoor een mooie (ik ski toch niet), zodat ik me, conform afspraak, afgelopen dinsdag om 8.45 bij de leveranciersingang heb gemeld. Gedurende die drie dagen heb ik allerlei klusjes in de keuken gedaan, zoals 3 kratten tuinbonen doppen (en dat is dan dubbel doppen dus, eerst uit de peul, en daarna uit het velletje), 20 kilo amandelbloem zeven, de groentevulling in de sushi-amuse spuiten, gamba's pellen, kokkels en venus-schelpen die al uit de schelp waren nogmaals schoonmaken (ik wist niet dat daar nog eens de helft van weggegooid kan worden), ganzenleverpâté maken en grote hoeveelheden kreeft voor in de bisque klein snijden. Het was maar goed ook dat ik mezelf met Oud en Nieuw oesters heb leren openen, want die techniek kon ik mooi verfijnen bij het openen van ongeveer 3 doosjes oesters voor de oesterbar die stevig figureerde in het cardiologenfeest dat op donderdag bij Beluga werd gevierd. Wat ik fascinerend vond was hoeveel tijd en zorg er in kleine dingen ging zitten: als een van de amuses wordt een parel gevuld met appel- en mierikswortelgelei geserveerd, die je in een keer in je mond moet stoppen, maar de tijd die de gast aan dat ding besteedt staat niet in verhouding met de manuren die erin geïnvesteerd worden - voor de cardiologen moesten er natuurlijk rode parels komen, en voordat die naar tevredenheid gekleurd, gevormd en rondgemaakt waren, waren we al flink wat uren verder. De rode kroepoek die speciaal voor het feest ontwikkeld is, was kennelijk zo mooi dat niemand dacht dat het de bedoeling was dat ervan gegeten werd, maar dat schijnt er bij te horen - in de keuken werd het niet als een probleem gezien.
Al met al heb ik niet echt hele moeilijke klussen gedaan (dat had ik ook van tevoren niet verwacht), maar daardoor had ik wel de gelegenheid om eens uitgebreid om me heen te kijken en te zien hoe het nou in een echte keuken werkt. Ik heb ontzettend veel geleerd: een aantal handige technieken (zowel voor koken als voor het mooi opmaken van een bord), de waarde van een goede voorbereiding (ongeveer 90 procent van wat daar de hele dag in de keuken gebeurt is voorbereiding) en van regelmatig tussendoor schoonmaken (als iemand nu 'middenbank schoon!' tegen me roept, begin ik gelijk als een bezetene te schrobben), gedetailleerd werken, dat Hans van Wolde het meestal gewoon te druk heeft om te kunnen koken, dat mensen die de hele dag tussen de kreeft en de ganzenlever staan chili con carne van Honig erg lekker vinden, dat tandpasta het beste is wat je op brandwonden kunt smeren, hoe je macarons moet spuiten (dat is handig, want macarons maken is ook een van de 101 dingen) en dat ik de fancy Kenwood-mixer met verwarmde kom niet nodig heb (hetzelfde effect kan je namelijk prima bereiken met een KitchenAid en een snijbrander), maar een vacumeerder wel. De meest waardevolle les die ik heb geleerd is een les over mezelf - ik dacht altijd dat ik een gigantisch autoriteitsprobleem heb (of in elk geval vorm) en niet in een hiërarchische omgeving kan functioneren, maar dat is helemaal niet waar. Ik kan dat prima, als ik het nut van de hiërarchie maar inzie, en dat is in een keuken als deze ontzettend makkelijk: als niet iedereen op ieder moment weet naar wie hij moet luisteren, draait alles in no time in de soep. Ik stond zo'n beetje helemaal onderaan de ladder, en dat was volkomen terecht, dus ik had er geen enkel probleem mee om opdrachten uit te voeren en voelde nooit de behoefte om lastig te gaan staan doen.
De keuken van Beluga is een echte mannenomgeving (er werkt welgeteld een vrouw), maar ik kreeg gelukkig tamelijk snel het gevoel dat ik erbij hoorde. Ik denk dat het wel geholpen heeft dat ik een goed ontwikkelde innerlijke vuilbekkende bouwvakker heb, zodat ik binnen no time helemaal geïntegreerd was. Ik kreeg een aantal keer een miniportie van een gerecht om te proeven, en als iemand een minder mooi stukje, en dan bedoel ik bijvoorbeeld een stukje ganzenlever met een rond randje in plaats van een strakke rechte hoek, ergens af had gesneden, werd het mij vaak aangeboden. Ik was heel trots toen de jongens me vroegen of ik mee ging voetballen (heb ik niet gedaan, dat was niet zo'n succes geworden, denk ik), en het viel me ook op dat ik, gaande de stage, andere persoonlijke voornaamwoorden ging gebruiken: op dinsdag zei ik vooral 'jullie', op donderdag sprak ik al van 'wij'. Ik heb in mijn leven nog nooit zo hard gewerkt (drie dagen van veertien uur, en de mensen die daar echt werken waren er eerder dan ik en gingen later naar huis), maar ik heb het geen moment vervelend gevonden, sterker nog, ik vond het van begin tot eind fantastisch. Kennelijk heeft al dat harde werken wel zijn sporen nagelaten, want toen ik op de derde dag citroenen in volmaakte partjes aan het snijden was zei iemand tegen me: 'Dat ziet er goed uit - de citroenen dan, jij niet, jij ziet eruit of je drie dagen in de keuken van Beluga hebt gewerkt', maar het is een eer om dat soort sporen te dragen - weinig mensen krijgen tenslotte de kans om in de keuken van een van de beste restaurants van Nederland deel uit te maken van zo'n leuk team!

zaterdag 5 maart 2011

Oscars 2011

Deze week zijn de Oscars uitgereikt, en waar ik het meestal voor elkaar krijg om in het award season in alle categorieën op het verkeerde paard te wedden, zodat ik alle losers gezien heb en van de winnaars niets weet, heb ik dit jaar toch mooi twee van de drie films die kandidaat leken om de grote prijzen te pakken daadwerkelijk gezien: zowel Black Swan als The King's Speech had ik al ruim voordat er überhaupt een beeldje werd uitgekeerd op mijn lijstje van 26 films afgevinkt. Alleen True Grit moet ik nog, dacht ik, maar misschien hoeft dat ook niet meer, want deze film heeft dan weer in ieder opzicht achter het net gevist. Ik wil natuurlijk wel nog genieten van twee prijzenwinnende bijrollen en naar The Fighter gaan, maar dat ik die niet heb gezien is geen omissie mijnerzijds, maar het gevolg van het feit dat hij simpelweg nog niet draait in Nederland. Van de Oscar-uitreiking als zodanig heb ik weinig meegekregen, maar een van mijn lievelingsblogs heeft de hele week genomen om uitgebreid verslag uit te brengen van wat de dames allemaal op de rode loper droegen, dus inmiddels voelt het een beetje alsof ik erbij was om 'mijn' kandidaten aan te moedigen.
Black Swan vond ik echt een geweldige film. Mijn gebruikelijke bioscoopmaatje B zat, vreemd genoeg, niet zo te wachten op een psychotische balletfilm, maar gelukkig heb ik, door middel van een wanhopige oproep op Facebook, E, een vrolijke vriend, bereid gevonden me te vergezellen op de eerste dag dat hij in de bioscoop draaide. Nathalie Portman zette een prachtige rol neer als een ballerina die afglijdt van veelbelovend jong talent naar volkomen geflipt. Het was wel heel eng: ik heb een aantal scènes van achter mijn handen moeten bekijken, niet zozeer omdat ze het contact met de realiteit totaal verliest, gaat hallucineren en haar slechte kant langzaam de overhand laat krijgen - dat vind ik nog tot daar aan toe, maar als ze vervolgens langzaam velletjes bij haar nagels eraf gaat zitten trekken, met klassieke muziek op de achtergrond, wordt het echt pure horror. Gedurende de film heb ik een aantal keer gedacht dat het misschien een beetje een belachelijke film was, maar uiteindelijk moest ik toch concluderen dat ik het erg indrukwekkend heb gevonden. Bovendien heb ik nog een paar dagen aan weinig anders dan aan Black Swan gedacht, en dat overkomt me verder zelden bij bioscoopbezoek.
Omdat ik zo van Engelse films en, sinds zijn prachtige rol in A Single Man, van Colin Firth houd, ben ik, deze keer wel met B, naar The King's Speech gegaan. Hoewel het van begin tot eind duidelijk was dat de makers van de film kosten noch moeite gespaard hebben, heb ik het toch ervaren als een aangenaam kleine film: er was weinig bombast, het verhaal was prettig opgebouwd, en de personages waren allemaal in zekere zin erg sympathiek. De spraaktherapeut van de koning, een mooie rol van Geoffrey Rush, was raar, maar niet zo raar dat hij ongeloofwaardig werd. Ik was oprecht ontroerd door de manier waarop het koninklijk echtpaar het stotterprobleem van de koning als gezamenlijk probleem aanpakte, en iedereen leefde ook zo met de koning mee dat hij, een ruime 60 jaar na dato, bij zijn legendarische radiobroadcast kon rekenen op de steun van de volledige bioscoopzaal. Het was ook een verrassend grappige film: niet omdat ik graag lach om spraakgebreken (ik zou niet durven, althans, ik zou het niet durven toegeven), maar er werd een aantal mooie relativerende opmerkingen gemaakt.
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik weinig films die wel genomineerd waren maar niet gewonnen hebben gezien heb, zodat ik eigenlijk niet in staat ben om een volledig gefundeerd oordeel te geven over de vraag of de Oscars voor respectievelijk beste mannelijke en vrouwelijke hoofdrol terecht zijn uitgekeerd. Ik zou sowieso niet heel graag in de jury van de Oscars willen zitten - hoe kun je totaal verschillende films met elkaar vergelijken en bepalen welke de beste is? Al met al geloof ik dat ik Black Swan iets indrukwekkender vond dan The King's Speech, alleen al vanwege de schitterende scène waarin La Portman zo overtuigend is als de zwarte zwaan van Tsjaikovski dat ze heel even echt vleugels lijkt te hebben, maar ik kan prima leven met de beslissing om The King's Speech tot de beste film van het jaar uit te roepen. Ik ben in elk geval erg blij dat ik ze allebei gezien heb.

zondag 27 februari 2011

Eten met vrienden

Laatst ging ik op een verloren maandagmorgen koffie drinken met P, misschien wel de vrolijkste van mijn vrolijke vrienden, die allerlei aardige dingen tegen mij zei over mijn blog en me met zijn agenda in de hand wees op goed voornemen nummer 10 (vaker koken voor vrienden). Nou zijn P en zijn eegus J nogal culinair angehaucht (ze zien meer sterrenrestaurants per jaar dan de meeste culinair recensenten), dus ik wist niet zo goed wat ik ze voor moest zetten - probeer maar eens iets te verzinnen voor mensen die de volgende dag bij Inter Scaldes gaan eten. Daarom leek het me handig om de etnische route te kiezen; een mooie gelegenheid om een vinkje op het 101 dingen-lijstje te zetten door een curry te bereiden zonder een potje te gebruiken.
Ik houd erg van Indiaas eten (zal wel komen doordat ik Engels met een koloniale inslag ben: wat mij betreft blijven zowel Gibraltar als de Elgin Marbles eeuwig van ons), niet alleen om in restaurants te consumeren, maar ik vind het ook ontzettend leuk om zelf te bereiden. Ik maak dan intensief gebruik van de producten van de firma Patak's, die een ruim assortiment aan currypasta's biedt, wat handig is, want dan hoef ik niet met allerlei losse spullen aan de slag. Voor het bereiden van een willekeurige curry volg ik standaard dezelfde procedure: ui in de pan, vlees erbij, een paar flinke scheppen uit een potje currypasta naar keuze, een blik gepelde tomaten erin, groente erbij (in elk geval wortel en doperwten, maar regelmatig ook courgette en bloemkool) en aan het eind een stevige scheut yoghurt of slagroom. Dit soort gerechten is overigens ook goed voor mijn lijn, want curry is nagenoeg koolhydraatvrij (en ik eet geen rijst), zodat ik er vaak lekker veel van maak en de restjes vaak de volgende morgen voor het ontbijt opeet - en nee, dat is niet vies, in India eten ze 's ochtends allemaal curry. Ik heb natuurlijk allerlei kookboeken met Indiase recepten zonder Patak's, maar ik dacht altijd dat voor het bereiden van een curry zonder potje het principe zou gelden dat (wat mij betreft) opgaat voor zelfgemaakte pasta, namelijk life's too short. Je bent uren aan het klooien met bloem, ei en een raar apparaat, en uiteindelijk heb je lasagne-bladen - ik denk altijd dat ik mijn tijd en talent beter voor iets anders in kan zetten.
Uiteindelijk heb ik voor het diner met J&P maar meteen hoog ingezet en drie curry's bereid: Lamb Maharadja, kip met groene pepers en een bloemkoolcurry. Verder heb ik nog rijst, zelfgebakken naan, spinazie met uien, gele linzen, relish van tomaten met koriander en yoghurt met walnoten geserveerd. Bij de borrel waren er pappadums met chutney en pickle (die waren dan weer wel uit een potje) en het dessert was mango-sorbet met passievrucht. De kip was, ondanks de groene pepers, niet zo heet, ik had de naan te lang in de oven gelaten, waardoor hij wat crispy was, maar al met al was ik wel tevreden over het diner. Een zelfgemaakte curry smaakt wel echt beter, en je proeft ook individuele kruiden en specerijen, in plaats van een uniforme wall of flavour. Dat smaakt naar meer, en hoewel ik nog meer recepten in de kookboeken die ik al bezit niet heb gemaakt dan wel, heb ik natuurlijk gelijk een paar kookboeken geselecteerd waarmee ik me verder kan verdiepen in het genre: als ik weer ga investeren in vakliteratuur zal ik overgaan tot de aanschaf van zowel het omvangrijke India Cookbook, het Indiase zusje van The Silver Spoon (kennelijk is er een markt voor enorme boeken met 1000 recepten erin: er blijkt ook al een Spaanse, Griekse en Franse pendant van te zijn) als I Love Curry en The Curry Bible - nooit gedacht dat ik ooit het bezit van wat voor bijbel dan ook zou nastreven. De firma Patak's zal het waarschijnlijk zonder mij moeten stellen, want eigenlijk was het niet eens zoveel extra moeite om alles zelf te maken, en ik heb nu een keukenkast vol specerijen en nog een heleboel goede voornemens.

donderdag 24 februari 2011

Float on

In 2009 heb ik in het kader van de decemberfestiviteiten een zogeheten 'groene pluim' van de baas gekregen. Hoewel het een beetje vies klinkt, is het gewoon een bon in een doosje; de dankbare werknemer kan met een code inloggen op www.mijnpluim.nl en een cadeau selecteren, zodat het geschenk van de werkgever aangepast kan worden aan de individuele wensen van de ontvanger. En er is van alles mogelijk: iemand die traditioneel ingesteld is kan kiezen voor een gewoon Kerstpakket, compleet met kaasbolletjes en paté in blik, een heilige kan zijn gehele pluim aan het goede doel schenken, en ik (niets menselijks is mij vreemd) heb ervoor geopteerd om de bonus volledig aan mijzelf te besteden. Er was een ruim assortiment aan keuzes beschikbaar, van sieraden via kookcursussen tot cosmetische behandelingen. In die laatste categorie heb ik mijn heil gezocht: ik kon namelijk twee vliegen in een klap slaan door mijn Kerstgratificatie te investeren in iets dat op mijn 101-dingenlijstje stond, zodat ik naar Rotterdam ben getogen om een keer te floaten.
Achter een deur waarop in grote witte letters 'reset' stond (op andere deuren las ik 'reload' en 'restart' - 'undo' was het toilet), trof ik een kamer aan met daarin een douche, een enorme bak met oordopjes en natuurlijk de floatcabine, een grote bak lauwwarm water met een heleboel zout. Het was de bedoeling dat ik door 45 minuten rond te dobberen tot volledige ontspanning zou komen. Dat is niet geheel gelukt, maar dat ligt waarschijnlijk eerder aan mijn karakter dan aan het floaten. Ik heb de 3 kwartier die ik als een soort Lady Gaga op de Grammy awards in mijn cocon heb gelegen in verschillende fases beleefd. De eerste 3 minuten heb ik besteed met vol enthousiasme in de cabine klimmen, de klep achter me dichttrekken, de muziek aan- en het licht uitdoen, waarna ineens de gedachte 'OK, en nu?' in me opkwam. Niets dus, en dat dus nog 42 minuten lang, die waarvan ik het eerste half uur heb besteed met spelen met het licht, ronddrijven met mijn ogen dicht, actief betreuren dat ik ooit iets aan mijn lichaam heb onthaard (dat brandt namelijk, en niet zo zuinig) en me afvragen wat er zou gebeuren als ze me zouden vergeten op te halen als de aan mij toegewezen tijd om was. Pas in het laatste kwartier ben ik geloof ik een beetje tot rust gekomen, zodat ik het vervolgens weer jammer vond dat het lichtteken gegeven werd en ik al dat zout weer van me af kon gaan spoelen. Ik kan niet zeggen dat ik totaal ge'reset' ben, maar ik vond het best leuk en ik heb een vinkje kunnen zetten op de lijst. En dan was het ook nog eens ontspanning op kosten van de baas, en in het licht van het feit dat hij doorgaans precies het tegengestelde effect op me heeft mag dat een waardevolle, vernieuwende ervaring heten.

zondag 13 februari 2011

Linkse hobby's

Er waren tijden dat Michel en ik ongeveer eens in de drie weken naar het theater gingen. Er waren toneelgroepen waar we zo'n beetje alles van wilden zien, regisseurs wiens werk we echt actief volgden en als er ergens een nieuw stuk van Peer Wittenbols of een oud stuk van Harold Pinter ten tonele werd gebracht, waren wij er altijd bij. De volgende fase in de ontwikkeling van onze linkse hobby was dat we met groepen leerlingen voorstellingen bezochten in het kader van het prachtvak Klassieke Culturele Vorming. Hoewel dat altijd gezellig was en we er een paar memorabele avonden aan hebben overgehouden, verwerd theaterbezoek toch wel een beetje tot werk, en werk doe je eigenlijk liever niet in je eigen tijd, zodat er uiteindelijk in ons eens zo actieve culturele leven totaal de klad is gekomen. Toen ik met mijn 101 dingen-lijstje bezig was, vond ik het erg pijnlijk om te constateren dat het misschien een goed idee zou zijn om 'een toneelvoorstelling bezoeken' in de planning op te nemen, maar ik heb het wel gedaan, al was het alleen al om ervoor te zorgen dat we iets waar we in het verleden zoveel plezier aan hadden beleefd in elk geval nog een keer zouden doen.
Gisteren was het dan zover: mijn eerste theaterbezoek in tijden. Voor deze belangrijke gebeurtenis hadden we gekozen voor de Bacchanten in het Appeltheater. Nou is De Appel een toneelgroep waar ik eigenlijk nooit zo'n fan van ben geweest (al die Haagse cultuursnobs in hun eigen theater in Scheveningen), maar aan de Bacchanten van Euripides valt altijd ontzettend veel te beleven (de grote literaire thema's sex, extase, religie en door je moeder in stukken gescheurd worden) en ik had enthousiaste verhalen over deze voorstelling gehoord, dus het leek me een mooie gelegenheid om ons culturele leven weer op te starten. En dat was het ook: na een wat moeizaam begin heb ik met veel plezier gekeken naar het prachtoptreden van Joost Bolt als Pentheus, het koor dat bestond uit vrolijke Maenaden-poppetjes met gek haar en het bodeverhaal van Joop Keesmaat. Het optreden van Geert de Jong als Agaue, in veel recensies van de voorstelling als hoogtepunt van de voorstelling aangekondigd, deed mij niet zo veel, maar dat kwam misschien doordat ze op een gegeven moment zwaar getraumatiseerd trillend en snotterend in haar rolstoel zat (ze had haar voet gebroken, dus de rolstoel was geen regiekeuze) en ik de associaties met het toch wat teleurstellende Love and Other Drugs met de beste wil van de wereld niet kon onderdrukken. Het decor van de Bacchanten verdient een eervolle vermelding: achter de spiegels waarin het publiek zichzelf kon zien en die op een aantal momenten ineens doorzichtig bleken lag een spectaculaire schroothoop, die in delen werd uitgelicht, eerst als graf en aan het eind van het stuk, als Dionysus heeft gewonnen, als de locatie van een extreem luidruchtige helse drumsolo. Dat ik deze voorstelling echt als een succes heb ervaren, blijkt misschien nog het meest uit het feit dat ik vanochtend alvast een lijstje heb aangelegd van andere toneelstukken die ik wil gaan bezoeken. Ik weet niet of het er van komt, maar de behoefte is er in elk geval weer en dat is ook wat waard.

zondag 6 februari 2011

Back in business

Tot mijn grote vreugde is sinds gisteren de website van het Day Zero project in ere hersteld, zodat ik nu eindelijk weer kan beschikken over een volledige 101 dingen-lijst. In de back-up, die ik aan de hand van een kladversie in Excel gepoogd had te reconstrueren, stonden namelijk maar 96 dingen. Nu ik de echte lijst terug heb, weet ik ook welke 5 dingen ik vergeten was: een Sunday Times kopen en lezen (staat in de planning voor de zondag na het sprookjeshuwelijk van prins William met zijn burgermeisje), een keer floaten (die hoef ik alleen maar een keer te boeken, want het kan gratis van de genereuze cadeaubon die ik in 2009 als Kerstpakket heb gekregen), in 10 restaurants een Caesar-salade eten (stom dat ik deze vergeten was, omdat ik er al een tijdje mee bezig ben), een Christmas-pudding maken (niet urgent, want daar hebben wij Engelsen in november een officiële dag voor, Stir up Sunday, die voor 2011 in mijn agenda staat), en, tot slot, een week geen alcohol drinken (die had ik kennelijk verdrongen). Ik had het voornemen om zodra ik wist welke dingen ik vergeten was juist aan die activiteiten prioriteit te geven, maar sommige zijn tijdsgebonden en ik ben er nog lang niet aan toe om 7 dagen wijn- en ginvrij door te brengen - als ik ergens een Caesar-salade op de kaart zie staan zal ik hem gelijk bestellen, en morgen zal ik een float-afspraak maken.
En als ik dan toch met voornemens bezig ben, is dit misschien het moment om te bekennen dat in een van mijn goede voornemens, nummer 2 (4 keer per week sporten), flink de klad gekomen is. Behalve dat ik mijn sportactiviteiten elke week keurig in mijn agenda inplan heb ik in 2011 welgeteld 1 bezoek aan de sportschool gebracht en ben ik 1 keer 20 minuten gaan hardlopen. Ik houd me wel aan mijn dieet, zodat ik nog niet al te veel ben aangekomen, maar ik moet toch oppassen dat ik niet weer langzaam ga uitdijen. Daarom zal ik met ingang van 7 februari het goede voornemen om te sporten moeten herstarten. Nummer 4 (het thuisrestaurant) loopt overigens als een trein, ik heb met een 9 mijn hygiënecertificaat gehaald en ben toegelaten tot het starterstraject van de Kamer van Koophandel, dus nu kan ik daar schier onbeperkt cursussen volgen over fascinerende onderwerpen als marketing, belastingen en juridische zaken. Het hoekje van de woonkamer dat ik laatst had opgeruimd ziet er nog steeds netjes uit, ik heb dit jaar al vijf boeken gelezen, ik maak elke dag mijn gezicht keurig schoon, de kast in de badkamer waarin mijn omvangrijke collectie bruisballen, doucheschuim en zeep woont is gisteren gerationaliseerd, en vrijdag heb ik samen met Michel uiterst genoeglijk in Amsterdam doorgebracht, zodat ik kan constateren dat ik voornemens 5 tot en met 9 netjes ten uitvoer aan het brengen ben. Nou nog even mijn karkas naar de sportschool slepen en niemand houdt me tegen!

zaterdag 29 januari 2011

Alleen maar niet eenzaam

Men beschuldigt mij er regelmatig van dat ik niet alleen kan zijn. In zekere zin klopt dat ook: ik ben bijvoorbeeld sinds mijn zestiende serieel monogaam (met hier en daar een kleine overlap, maar dat terzijde) en als Michel een avond weg is, zorg ik er meestal voor dat ik iemand heb om mee te eten of naar de film te gaan. Daar staat dan wel weer tegenover dat ik regelmatig de late middag en de vroege avond (tot de man thuis is, zeg maar) in mijn eentje doorbreng, en als ik op een meerdaagse excursie ben is er altijd een moment dat ik mezelf even met een boek op het toilet opsluit, om maar even geen aanspraak te hebben. Kennelijk kan ik best alleen zijn, maar dan eigenlijk alleen maar als ik het wil en als het eindig is.
Gisteren was ik de hele dag en avond alleen. Michel was 's ochtends vroeg al vertrokken naar een studiedag in Nijmegen, wat als extra kwalijk gevolg had dat zo goed als al mijn Leidse vrienden (want collega's van Michel en ex-collega's van mij) er ook niet waren. Bovendien leek verder iedereen die ik überhaupt ken een afspraak te hebben, zodat ik echt op mijzelf aangewezen was. In een ultieme poging van een nadeel een voordeel te maken, heb ik er een thema-dag van gemaakt: ik ging alleen leuke dingen doen. Na een flinke portie uitslapen en de rest van de ochtend met een verzameling boeken, katten, kopjes thee en mijn laptop in bed te hebben gelegen, heb ik de hele middag in mijn pyjama dvd's zitten kijken - gewoon de standaard-dingen die je doet als niemand op je let dus. Maar voor de avond had ik een echt programma: ik had besloten dat deze avond de ideale gelegenheid was om in het kader van het 101 dingen-lijstje alleen uit eten te gaan.
Voor deze activiteit was de selectie van het restaurant essentieel. Ik wilde namelijk niet zomaar kansloos in mijn eentje in een eetcafé een dagschotel naar binnen schuiven, ik wilde een mooi menu, inclusief wijnarrangement, in een feestelijke setting. Mijn reserveringsaanvraag bij de brasserie van het Leidse restaurant Woods werd beantwoord met een mail waaruit bleek dat ze daar niet al te veel ervaring hebben met het eenmanstafeltje: de tafel was gereserveerd voor '1 personen'. Ik ben in tijden niet meer zo zenuwachtig geweest voor een afspraak; ik weet helemaal niet wat de etiquette is voor een date met jezelf - wat moet je aan bijvoorbeeld? Waarom zou je je helemaal optutten voor niemand? Ik heb er uiteindelijk toch maar behoorlijk wat werk van gemaakt - een restaurant is een restaurant tenslotte. Ik werd onthaald door een ontzettend aardige ober, die met me meedacht over het tafeltje waar ik zou gaan zitten (hij adviseerde uitzicht over het restaurant, en ik wilde niet sneu in een hoekje zitten, dus ik kreeg een mooie centrale positie), aan me vroeg of ik het couvert tegenover me wilde behouden of of het weg kon (weg natuurlijk, anders lijkt het toch of je partner niet is komen opdagen) en een mooi glas prosecco voor me inschonk. 'Het moeilijkste moment heb je nu gehad', zei hij nog, 'want dat is in je eentje gaan zitten', en dat was ook zo: ik heb toen ik eenmaal zat een hele leuke avond gehad, met heerlijk eten (gevogeltecrème met avocado en vanille op brioche, paddenstoelensoep met truffel, staartstuk met monniksbaard en tot slot drie kaasjes) en lekkere wijn. Bovendien zou ik zweren dat het aan de tafel achter me, waar een verveeld stel zat, aanzienlijk minder gezellig was dan bij mij. Woody Allen zei in 1977 al 'Don't knock masturbation, it's sex with someone I love' - het zou goed kunnen dat je soms ook gewoon je eigen allerbeste tafeldame bent.